14 juni 2019

Energie

Bert Jansen laat u de sfeer proeven op het Veluws College Twello. In deze blog schrijft Bert, docent Nederlands en maatschappijleer op deze middelbare school, over ontroerende, grappige of confronterende belevenissen, vaak gekoppeld aan de actualiteit.


14 juni 2019

‘Waar háál je de energie vandaan?’ Die vraag wordt wel eens gesteld, wanneer mensen ontdekken dat je naast je werk ook nog een ‘ander leven’ hebt. Met hobby’s!
Een groot deel van je tijd, je léven ben je ‘kwijt’ aan je werk. Het scheelt dan al wanneer je dat niet als ‘kwijt’, of ‘verloren tijd’ ziet. Dat je werk kunt vinden, waar je zelfs energie uit háált in plaats van alleen energie aan verliest. In het eerste geval kun je die opgedane energie weer gebruiken voor andere dingen, zoals hobby’s. Waar je dan weer energie uithaalt voor je werk. Cirkel rond.

Met school is het natuurlijk precies hetzelfde. Een groot deel van je tijd… vul de rest maar aan met bovenstaande zinnen.

Kortom, het is prettig wanneer je werk jou ook nog wat energie terúggeeft en dat geldt ook voor naar school gaan.

Bij het hoofdstuk ‘Werk’ bij maatschappijleer ging het o.a. over het vinden van een baan die bij je past. Wat voor vragen stel je jezelf, wat voor dingen vind jij belangrijk bij een baan? Binnen of buiten? Eigen baas of werknemer? Dicht bij huis of de wereld over? Solo of in een team? Vaste diensten of een ‘wildrooster?’

De zogenaamde Piramide van Maslow kwam voorbij. Een denkbeeldige piramide met de basisbehoeften van de mens. Het zou mooi zijn wanneer je niet alléén werkt voor primaire behoeften als onderdak, eten en drinken en warmte. Maar ook voor contact, waardering, erbij horen, jezelf ontwikkelen. Tijdens de toets over dat hoofdstuk moeten de leerlingen die piramide tekenen en de behoeften op de juiste plek zetten. Een leerling steekt z’n hand op zegt: ‘Ik geloof dat ik de piramide niet goed heb getekend, de behoeften staan net verkeerd om. Is dat erg?’

Ik antwoord: ‘Zet er maar een pijltje bij, dan begrijp ik het wel. En een kameel.’

‘Huh? Hoezo, een kameel?’ De hele klas kijkt nu op.

‘Nou, wanneer je er een kameel bij tekent, lijkt het alweer wat meer op een piramide… kom ik een beetje in de sfeer….’

Iedereen begint nu opeens lachend te tekenen. ‘Krijg je daar een extra punt voor meneer?’

Nog een vinger met vraag: ‘Hoeveel bulten heeft een kameel ook alweer?’

Antwoord van een andere leerling: ‘Twee!’

De vinger: ‘Dat is toch een dromedaris?’

Gelach. ‘Haha, wie vroeg dat?’

Ik: ‘Ik geloof dat de vraag van die domme-daar-is!’

Voordat de sfeer té (ka)melig wordt, wordt er gelukkig weer rustig doorgewerkt.

Maar ik ontvang een stapel toetsen met véél kamelen bij de piramides.

Een aantal leerlingen heeft wel duidelijk benadrukt dat het om een mannelijk exemplaar gaat.

Dat krijg je er dan gratis bij. En ik ga mezelf afvragen: heeft een kameel eigenlijk…?

Nooit op gelet. Er zijn ook best dagen dat ik géén kameel zie.

Soms kan een grapje even energie geven.

Energie krijg je ook van het zien van die leuke, mooie, nieuwe club brugklassers die alvast kwam kennismaken. Dan voel je: hier doen we het voor! Je wilt er nu al voor ze zijn……

Maar ook voor die leerling van onze school die opeens z’n vader in Australië verliest door een noodlottig vliegtuigongeluk. Onvoorstelbaar wat zoiets met je zal doen op die leeftijd. We denken aan hem en zijn familie. En zullen er voor ze zijn.

We hebben soms een extra lang weekend deze dagen. Hemelvaart. Pinksteren. Zelfs al ‘heb je niets’ met de verhalen erachter, dan kun je in geval weer energie opdoen. En wat betreft het verhaal van Pinksteren, het spreken van verschillende talen? Nou, die talen heb je als docent of mentor hard nodig.

Soms de taal van een grap.

En soms de woorden van troost.