Sectoren

 

Er zijn vier sectoren: techniek, economie, zorg & welzijn en landbouw / groen. Voor de eerste drie kan een leerling bij ons terecht. De sector landbouw / groen wordt op het Cortenbosch niet verzorgd.

 

Wij werken met een intrasectoraal programma. Dat betekent dat leerlingen binnen de gekozen sector vakken uit verschillende afdelingen krijgen, waardoor ze breder kunnen worden opgeleid. Op deze manier sluit het vmbo-diploma beter aan op meerdere opleidingen van het mbo.

 

Techniek
Na een oriëntatieperiode van vier maanden waarin kennis wordt gemaakt met de programma’s Metaal, Elektro en Techniek Breed vindt een gesprek plaats waarin het Persoonlijk Ontwikkelings Plan (POP) wordt besproken.
Aan de hand hiervan kiezen de leerlingen een van de volgende richtingen:

  • Metaal: de leerling volgt een programma dat voornamelijk gericht is op metaaltechniek. Onderdelen zijn bijvoorbeeld: aanbrengen van lassen, bewerken van plaat en constructie, werken in een bedrijf, CAD technisch tekenen en verspanen van materialen.
    Tekening lezen en het maken van samengestelde werkstukken.

  • Elektro: dit onderdeel omvat verschillende aspecten van de elektrotechniek, zoals calculeren van de kosten, E-installaties in de utiliteit, E-installaties in de woning, werken in een bedrijf, elektriciteit aanleggen, tekening lezen en elektrotechnisch tekenen.

  • Metalektro: bij een keuze voor metalektro krijgt de leerling een combinatie van de bovenstaande programma’s.

  • Techniek Breed geeft de leerling de mogelijkheid om behalve met elektro en metaal ook bezig te zijn met installatietechniek, hout en ICT / Grafimedia. Bijbehorende programmaonderdelen zijn bijvoorbeeld grafische vormgeving, informatietechnologie, multimedia, timmergereedschap en machines gebruiken, aanleggen sanitair en waterinstallaties.

 

Economie
Binnen de sector economie krijgen de leerlingen te maken met het intrasectorale programma Handel & Administratie. Zij leren vaardigheden die belangrijk zijn voor een administratief medewerker/ster en voor een verkoopmedewerker/ster, dus twee heel verschillende vakgebieden met ieder hun eigen praktische vaardigheden.
 
Op het gebied van administratie speelt de kantoorsimulatie een belangrijke rol. De leerlingen worden medewerker/ster binnen een handelsonderneming en komen terecht op verschillende afdelingen binnen dat bedrijf. Zo maken ze kennis met de afdelingen verkoop, receptie, inkoop, magazijn, expeditie, administratie en controle. Binnen deze afdelingen maken zij bijvoorbeeld een orderbevestiging, factuur, inkooporder of een boeking op een grootboekrekening.
 
Op het gebied van handel ligt de nadruk op verkoopgesprekken, etaleren en kassawerkzaamheden. De kassavaardigheden worden in onze lokalen aangeleerd met behulp van scankassa’s en elektronische kassa’s. Presentatie- en promotievaardigheden leren onze leerlingen door presentaties te maken in etaleerkasten en etalagekasten.
 
Daarnaast wordt de theorie aangeboden via een web-based programma: Link2. D.m.v. een stuk theorie in combinatie met praktijkopdrachten werkt de leerling de leerstof door. 

 

Zorg en welzijn

In de sector zorg en welzijn wordt gewerkt met de zogenaamde werkplekkenstructuur. Hierbij wordt binnen de schoolsituatie aansluiting gevonden met de werkelijkheid en de verschillende beroepsvelden die het mbo heeft voor:

  • zorg

  • hulpverlening

  • uiterlijke verzorging

  • facilitair

  • horeca

  • verpleging

  • sociaal pedagogische opleidingen

Er worden een aantal werksituaties gesimuleerd, zoals een zorgcentrum, de thuiszorg, een sport- en gezondheidscentrum, een buurthuis, een woonbegeleidingscentrum, de kinderopvang, een basisschool, een congrescentrum, een kapsalon en een beautysalon. Op deze manier maken leerlingen kennis met een groot aantal beroepen uit de sector zorg en welzijn, waardoor ze een beter gefundeerde keuze kunnen maken voor hun vervolgopleiding.


De leerlingen werken met een web-based programma  (inleidende stagefilmpjes, theorie en praktijkopdrachten) en kunnen op elk moment thuis en op school verder met de lesstof.

 

Alle afdelingen werken met de modernste methodes en beschikken over lokalen die helemaal up-to-date zijn.


Voor alle sectoren geldt dat de praktijk niet alleen wordt nagebootst, maar ook dat er in het 3e en 4e jaar stage wordt gelopen bij verschillende aan de sector gerelateerde bedrijven of instellingen.